COLUMN : KRAKEN

Ach ja, kraken. Ik ben nog een kind van de Grote Ontruimingen. Een mooie tijd. Dan was het gezellig in Amsterdam. Veel onverwachte verplaatsingen en altijd een geamuseerd toekijkend publiek. Zo herinner ik mij de kraakrellen uit de jaren tachtig. Politie en krakers, ze probeerden er samen iets van te maken.

Krakers wierpen vlak voor de deur een barricade op en dan reed de ME er met een tank overheen. Soms brandde er iets. Daar applaudisseerde je dan voor.

Kraken, nooit zelf gedaan, maar het heeft mij veel gebracht. Ik, angsthaas voor het leven, kwam ooit onverwacht in een charge van de bereden politie terecht. Alleen dat moment al: twaalf paarden op je af zien komen. Prachtig. Ik begon vanzelf te hollen. Zo werkt dat blijkbaar. Er sloeg iemand naar mij met een kort knuppeltje. Ik at in die tijd nog gewoon bij mijn ouders, maar vertoonde automatisch krakersgedrag. Ik ontweek de klap en spuugde naar het paard. Ik schreeuwde ook iets.

Een week na mijn gehol over de Keizersgracht in Amsterdam vond er vlak bij het Rijksmuseum een ontruiming plaats. De halve stad was uitgelopen om dat te bekijken. Gezellig. Er werden hotdogs verkocht. De ontruiming leek op een scène uit een C-film. Geen geld voor een achtervolging, dus dan doen we maar iets met een container en een ijskast.

De ijskast stond in het raam van het te ontruimen pand. Af en toe verscheen er een kraker naast de ijskast. Dan gingen wij joelen op straat. Van ons mocht hij hem duwen. Zag je ook niet iedere dag, een vallende ijskast. De container hing aan een hijskraan die de politie langzaam omhoog takelde. Spannend. Die zat natuurlijk vol met ME’ers. We gingen naar een mooie ontruiming kijken. Via het dak, een onverwacht buitenkansje.

De deur van de container zwaaide open. De spanning was te snijden. Nu werd het matten. Toen verscheen er een zwaaiende sinterklaas op het dak. Wij zwaaiden terug. Dag sinterklaasje, zongen we. De krakers kwamen ook even kijken. Mooie grap van de politie. Sinterklaas, een ME’er met een baard en een rode jurk aan, deed even zijn handen boven het hoofd. Hij werd toegejuicht. Toen was het afgelopen en ging alles als anders. De krakers lieten zich met veel moeite uit het huis halen.

Kraken, zo mooi was het. Het waren kutkrakers, maar wel onze kutkrakers. Dat is nu over. Krakers worden nu bestreden door oliedomme proleten, door dezelfde mensen die, schreeuwend dat ze ook godverdomme kinderen hebben, volgende week een fles benzine bij een vermeende pedofiel naar binnen gooien. Mensen die homo’s alleen accepteren als het hun kapper is. Mensen die niet kunnen lachen om een sinterklaas.

Nico Dijkshoorn is dichter/schrijver/muzikant. Het liefst alle drie tegelijk. Op een podium.
09 oktbober 2009